Opvoeden

Katten opvoeden: een vak apart.

Inleiding
De kat is niet weg te denken uit onze maatschappij. Als huisdier stijgt ze langzaam maar zeker in de popularity-chart. Ze is immers minder arbeidsintensief in verband met verzorging in vergelijking met de hond en kan een boel liefde en aanhankelijkheid geven.

Poes wordt vaak binnenshuis gehouden en overdag alleen gelaten wanneer iedereen uit werken is of op school zit. De noodzaak aan een goed opgevoede kat is dus zeer groot, want niemand komt graag thuis na een dag hard werken om alle planten terug recht te moeten zetten en de aarde op te ruimen, het behangpapier in flarden aan de muur te zien hangen, enz..enz… Te veel poezen worden het huis uitgezet omwille van al het “kattenkwaad” dat ze uithalen, en dit omdat de eigenaar zijn kat niet heeft opgevoed.

En een kat opvoeden kan heel goed ondanks de wijdverspreide mening van het tegendeel.

Het is zo dat de opvoeding van de kat een heel andere aanpak vergt dan de opvoeding van de hond : de kat is nu éénmaal geen kleine hond ! De hondenopvoeding staat al op hoog niveau, dit onder andere door de grondige onderzoeken en goede kennis van de hondenpsychologie : de mens kan de hond opvoeden op een “hondse” manier dwz : de mens kan zich in de hondenpsychologie begeven om de hond op te voeden op een manier die de hond begrijpt.

Zo ook moet de mens de kat opvoeden, op een “kattige”manier ! Zo ook moet de mens de kattenpsychologie begrijpen om te kunnen belonen, straffen, opvoeden op een manier die de kat begrijpt !

Daarom eerst een woordje over de kattenpsychologie
Onze huiskat is een solitair dier, dit in grote tegenstelling met de hond die een echt roedeldier is.

De hond komt terecht in het gezin = de roedel, en is een roedellid met (indien goed opgevoed) de laagste rang. De hond voelt zich perfect gelukkig in een strak hiërarchisch systeem waarin hij duidelijk zijn rangorde kent, en de gezinsleden als zijn meerderen herkent en erkent. Een kat niet. Een kat zal samen leven met de gezinsleden op een andere basis : geen onderdanigheid, wel inferioriteit. Dat wil zeggen : daar waar meerdere katten samenleven zal er wel een superieure kat bestaan, maar die zal zich NIET manifesteren zoals de superieure hond van de roedel die eerst zal eten, eerst zal paren, de beste plaats krijgt bij het slapengaan, enz..

De superieure kat zorgt dat het samenleven kan zonder gevechten, gegrommel, enz…maar geeft zeer veel ruimte aan de inferieure kat. Zo moet de kat in het gezin geïncorporeerd worden : de kat moet inferieur zijn ten opzichte van de gezinsleden maar moet ruimte krijgen om zijn/haar leven te leiden. En op dit punt gebeuren al de meeste fouten , met een heel vervelend gevolg : “agressiviteit” van de kat. De baas haalt poes in huis, meestal als kitten, en dat schattig, speels bolletje wol mag alles met de baas doen : in de hand of enkels bijten, krabben, eventueel zelfs blazen, want dat staat zo stoer bij zo’n kittentje. MIS ! Dit schattig bolletje wol is bezig zijn superioriteit te bewijzen EN te verkrijgen. Poes groeit, klauwen worden sterk, de tanden wisselen. Baas wil poes aaien, van plaats doen verhuizen, naar de dierenarts meenemen, of in erge gevallen gewoon “iets” in huis doen (en dat “iets” kan variëren van opruimen tot TV kijken) in de buurt van de poes, en de kat valt aan : hard en pijnlijk.

Soms is de toestand onhoudbaar en moet poes weg wegens “agressiviteit”, en dat terwijl poes alleen superieur is.

Zo’n superieure kat heropvoeden is erg moeilijk (zie verder), daarom : beter voorkomen dan genezen.

Zorg ervoor dat het kitten bij de binnenkomst in het gezin meteen weet dat hij inferieur is ten opzichte van de gezinsleden. Doet de superieure eigenaar iets dat poeslief niet leuk vindt, dan zal de inferieure poes reageren door gelatenheid of door elders te gaan liggen.


Karakter is ten dele erfelijk (genetisch) bepaald, maar de uiteindelijk expressie is ook afhankelijk van de omgevingsfactoren. De omgevingsfactoren vallen uiteen in drie perioden :

de inprentingsfase (2 tot 4 weken leeftijd)
de socialiseringsfase (3 tot 6 weken leeftijd)
de opvoedingsfase
De inprentings- en socialiseringsfase zijn uitermate belangrijk voor een normale karakterontwikkeling : tijdens deze perioden moet het kitten met alles in contact gekomen zijn : mensen, kinderhandjes, huishoudelijke geluiden, honden, een transportkooi, de auto, enz…Het diertje moet ook allerhande manipulaties gewend worden : in de oren kijken, in de bek kijken, de huid controleren, enz..Alles wat het kitten in deze periode meemaakt zal hij als normaal ervaren, alles wat hij niet meegemaakt heeft, zal hij later als zeer beangstigend ervaren.

Zo bijvoorbeeld een kitten dat weinig of geen mensen heeft gezien in deze fase zal altijd uitgroeien tot een mensenschuwe kat, die zich angstig en agressief zal opstellen ten opzichte van de mens. Daarom is het zo belangrijk dat u een kitten koopt bij mensen die uitermate actief geweest zijn met het kitten tijdens die eerste levensweken : alleen zo’n kitten zal opgroeien tot een aangename huisgenoot !

Basisregel voor opvoeding
Opvoeding van een kat moet gebeuren van het eerste ogenblik dat het kitten/de poes binnenkomt.

Het is immers verbazingwekkend hoe snel en haast onomkeerbaar de kat bepaalde gewoontes in huis zal aannemen. U moet dus van tevoren bepalen wat mag en niet mag, en in de beginne elke keer consequent het gewenste gedrag belonen en het ongewenste bestraffen. De beloning moet duidelijk van u uitgaan : een aai over de kop, een knuffelpartijtje, enz…gepaard aan een vriendelijk uitgesproken woord (een kort woordje, telkens hetzelfde gebruiken), evnetueel een kattensnoepje. De straf daarentegen mag NIET zichtbaar van u uitgaan (behalve bij het bestraffen van agressie ten opzichte van uw persoon) : u moet erg vindingrijk zijn om onaangename sensaties bij de kat te veroorzaken ten tijde van het te bestraffen gedrag.

Zowel straf als beloning moet ten tijde van het gedrag of enkele seconden erna toegepast worden, anders heeft het geen zin, en begrijpt het dier niet wat hij goed of slecht heeft gedaan.

Ongewenst gedrag bestraffen
a) aan behang en meubels krabben :
Een kat moet ergens kunnen krabben : om de nagels te scherpen en om een visitekaartje achter te laten. Aan de voetzolen zitten immers geurklieren die tijdens het krabben, door ons niet te ruiken, geuren afscheiden. Vandaar ook dat de kat, eens ze een bepaalde plaats heeft bekrabd, ze telkens opnieuw naar die plaats gaat om te krabben, omwille van de geur die op die plaats hangt. U moet ze dus enkele plaatsen geven waarop ze mag krabben : een paar binnenstebuiten opgerolde matjes voldoen uitstekend, her en der in het huis verspreid. U wrijft eens krachtig met de zooltjes van de poes op de matjes om de geurmerken achter te laten.

Tijdens de eerste dagen na binnenkomst van poes, moet u poes goed in de gaten houden en meteen optreden wanneer poes aanstalten maakt om ergens te gaan krabben waar ze niet mag. Bestraffen gebeurt door bijvoorbeeld poes nat te sproeien met de plantenspuit. Een andere manier is hels lawaai produceren (een blikje gevuld met knikkers naar haar toe rollen, een ballon laten springen,…), of met een zacht voorwerp naar de kat gooien (het moet de kat wel raken). U doet dit terwijl u zogezegd druk bent met iets anders. U kijkt poes zeker niet aan of staat verdekt opgesteld zodat poes u niet verdenkt.

Indien poes toch gekrabd heeft aan iets tijdens uw afwezigheid moet u die zaken “beschermen” door strafmaatregelen. Behangpapier, stoelpoten, meubels worden behangen met schuurpapier : wanneer poes hieraan krabt, geeft dit een zeer onaangenaam gevoel aan de voetzooltjes zodat ze met krabben stopt. Een blik gevuld met knikkers in wankel evenwicht wordt op de armleuning gezet, met een touw eraan vast, dat naar beneden hangt op de plaats waar de poes krabt. Tijdens het krabben zal poes zeker in het touw vasthangen, zodat het blik valt en de knikkers haar om de oren vliegen. De ballonnentruuk geeft ook goede resultaten : flink opgeblazen ballonnen worden bevestigd aan de geteisterde plaats. Tijdens het krabben raakt poes één van de ballonnen die plots kapot springt en voor een goede schrikreactie bij de kat zorgt. Deze maatregelen moeten wel een tweetal weken consequent volgehouden worden, om de kat te conditioneren dat krabben op de plaats onaangename gevolgen heeft.

b) Poes krabt aarde uit de plantenbakken
Sommige poezen hebben de nare gewoonte de aarde uit plantenbakken te krabben, en veel erger, er een plasje achter te laten. De oplossing is simpel, men legt grofmazig gaaswerk in de bak en bedekt het met een laagje aarde (ongeveer 1 cm). Wanneer de poes gaat krabben in de plantenbak worden de klauwtjes gevangen in het gaas, wat een zeer onaangename sensatie is : poes stopt ermee. Het gaas weerom minstens 3 à 4 weken laten liggen. Een andere truuk: de plantenbak volstoppen met aperitiefstokjes: vertikaal met de puntjes 1 a 2 cm boven de aarde.

c) Poes springt in kasten vol delicate spulletjes
Poes is meestal erg voorzichtig en zal niet makkelijk spullen omstoten tijdens onderzoektochtjes. Immers iets dat valt, maakt een plots lawaai, iets waar de kat niet dol op is. Maar ongelukjes kunnen gebeuren en het zijn meestal de spulletjes waar het baasje het meest aan gehecht is, die kapot vallen. Oplossing : ruim de kast leeg of laat alleen niet breekbare spullen staan, leg dan flink opgeblazen ballonnen in de kast. Wanneer poes op de kast springt, zal ze met de nagels de ballonnen raken, die zullen ontploffen met veel lawaai. De kat schrikt hiervan (een onaangename sensatie) en zal de kast links laten liggen. Deze maatregelen minstens twee weken volhouden.

Correcte aanpak om de kat te laten wennen aan :
A. Het nieuwe huis
Poes wordt gekocht en naar huis meegenomen. Uiteraard wil elk gezinslid het dier meteen aaien, knuffelen, thuis doen voelen…Dit is een verkeerde aanpak in de kattenopvoeding.Een poes is immers, ondanks haar kalm en sereen uiterlijk, een zeer stress-gevoelig dier dat kalm begeleid moet worden in nieuwe situaties. Laat de nieuwe poes de eerste dagen slechts in één kamer van het huis vetroeven, daar waar de kattenbak staat en het eten/drinken. Het dier kan immers paniekerig wegkruipen en door angst of onwetendheid de kattenbak niet meer terugvinden, met onzindelijkheid als gevolg. Zorg ervoor dat iedereen de poes gerust laat : laat het dier zelf op onderzoek gaan. Ze zal alles besnuffelen, aan alles een kopje geven (op de wangen zijn geurklieren die een eigen geur afgeven tijdens het “kopjes-geven”) zodat alles gepersonaliseerd wordt. Vermijd poes strak in de ogen te kijken : als kersvers baasje ben je natuurlijk trots en wil je de kat bekijken en keuren, maar voor kat is “strak in de ogen kijken” een bedreiging, een uitdaging tot strijd. Laat de poes zelf naar je toekomen voor een knuffelpartijtje zelfs al duurt dat enkele dagen. Wanneer poes zich op zijn gemak voelt in de kamer, laat je de deur open staan, zodat ze op eigen ritme het huis kan onderzoeken. Hou poes wel minstens drie weken binnen in huis, vooraleer de deur of de ramen naar de tuin open te zetten : het dier moet eerst al haar geurmerken in huis hebben afgezet, weten dat ze daar eten en aandacht krijgt, zodat ze het huis kan herkennen als haar thuis.

B. Kinderen
Kinderen hebben de neiging alles wat ze in handen krijgen in de armpjes te knellen als wijze van knuffelen en erg druk te zijn in geluid en beweging. Poes heeft een hekel aan zulke zaken en zal reageren met spartelen, krabben en een eeuwige angst voor kinderen. Methode : laat het kind rustig op de bank zitten en zet poes ernaast of op schoot. Laat het kind, de kat aaien. Poes zal laten zien dat ze op haar gemak is bij het kind door kopjes te geven, te spinnen, met voorpootjes te “kneden” of te likken (het teken dat poes zich uitermate goed voelt bij de persoon in kwestie). Van zodra poes tekenen vertoont van onrust of angst, moet het kind het dier laten gaan. Zulke sessies kunnen een aantal keren per dag geoefend worden. Wanneer het kind van zijn kant leert poes niet te fixeren en geen onverwachte bruuske bewegingen of geluiden te produceren, zal een fijne kind-poes relatie kunnen ontstaan.

C. Een andere kat
Zoals gezegd is een kat geen groepsdier en zal ze furieus reageren op een nieuwe kat op eigen terrein. De nieuweling zal de oude kat niet willens nillens uitdagen en heeft het al moeilijk genoeg met de aanpassing aan de nieuwe omgeving. Correcte begeleiding : sluit de oude kat enkele dagen op in één ruimte in het huis met kattenbak, eten/drinken en aandacht van het baasje ! Ondertussen kan de nieuweling wennen en zijn geurmerken overal achter laten. Daarna wordt de oude poes vrij gelaten in huis : door het feit dat de geuren van de andere kat overal in huis verspreid zijn, zal de oude de nieuwe niet als een echte indringer beschouwen. Uiteraard zullen er spectaculaire “gevechten” plaats grijpen : veel lawaai (grommen, huilen en spuwen) en rondvliegende plukjes haar. Als eigenaar mag je je er niet mee bemoeien : de dieren leren aldus hun meerdere te (h)erkennen en bemoeienissen van buitenaf kunnen de subtiele machtstrijd behoorlijk in de war schoppen. Na een tweetal weekjes zullen de meeste katten mekaar geaccepteerd hebben . Zorg toch steeds voor minimaal twee kattenbakken en aparte eet/drinkbakjes. De superieure kat kan op gemene wijze de ander pesten door hem bijvoorbeeld niet op de bak te laten. Eens een verbond gesloten is, mogen de dieren niet meer gescheiden worden : bijv. ze moeten tesamen in eenzelfde kooi in het pension tijdens de vakantieperiode, enz…Zelfs indien de éne naar de dierenarts moet, neemt men best de andere mee ofwel een dekentje waar de geuren van beide katten in zit. Het is namelijk zo dat katten mekaar herkennen aan de geur : worden ze van elkaar gescheiden, vervaagt de bekende geur en staan ze terug als vreemden ten opzichte van elkaar.

Wanneer de twee echt onverzoenlijk zijn, is een zeer doeltreffende oplossing de twee katten voor een tweetal weken tesamen op neutraal terrein te zetten, bijvoorbeeld in eenzelfde hok in een pension.

Dat terrein heeft noch de geur van de ene kat, noch van de andere kat zodat ze alle twee terzelfdertijd geurmerken afzetten en accepteren dat ze op dat terrein tesamen leven. Ondertussen vervagen in uw huis de geuren van de oudste kat zodat wanneer beide katten na twee weken terug thuis komen, ze als het ware terug op een neutraal reukloos terrein komen, opnieuw moeten ze tesamen hun geurmerken afzetten en zullen elkaars aanwezigheid accepteren.

D. Een hond.
Situatie : poes = eerste huisdier, de pup komt nieuw bij

Deze situatie is de gemakkelijkste. De kat zal furieus reageren : blazen en spuwen wanneer de pup haar nadert, maar zal zelden zelf aanvallen. Ze zal steeds proberen de pup te ontwijken. De pup zal bij te grote nieuwsgierigheid wel eens een haal over de neus krijgen, wat niet erg is, en de pup respect bijbrengt voor de kat. Als eigenaar mag je je er niet mee bemoeien : laat de dieren op eigen tempo aan mekaar wennen.

Knuffel de kat extra : al zal ze meestal afwijzend reageren op je vriendelijkheden. Zet een extra kattenbak om onzindelijkheidsproblemen tijdens stress-situaties te voorkomen en zorg dat buitenlopende katten voorlopig huisarrest krijgen tot de situatie genormaliseerd is. Immers katten met stress kunnen lange tijd weg blijven van huis, met alle gevolgen van dien.

Situatie : hond = eerste huisdier, de kat komt nieuw bij
Deze situatie schept meer problemen, zeker wanneer de hond absoluut geen katten kent. De volwassen hond jaagt achter de kat aan met veel lawaai en vertoon : wat een echte nachtmerrie voor de kat is. Wanneer poe binnenkomt, kan men best met de hond een uitstap doen. Tijdens deze periode kan poes leren waar de kattenbakken staan, waar perfecte schuilplaatsen zijn en kan ze haar geur overal achter laten. Zorg ervoor dat de confrontatie tussen poes en hond gebeurt in een kamer met goede schuilplaatsen voor poes en waar geen breekbare spullen staan. Breng de hond binnen aan de lijn en houd hem aan de lijn tot de gemoederen gekalmeerd zijn bij zowel de hond als de kat. Laat de hond dan los maar reken erop dat de hond de kat zal opjagen. Corrigeer de hond doeltreffend en tracht zo min mogelijk kabaal te maken. Poes zal vanuit haar schuilplaats alles in de gaten houden. Wanneer je ziet dat de hond niet echt agressief is kan je die twee gemakkelijk laten doen. Op een gegeven moment krijgt poes meer lef, vlucht niet meer en geeft de hond een tik op de neus. De verblufte hond zal leren de kat gerust te laten.

Een goede tip : als je weet dat je hond fel is, neem dan geen kitten in huis, maar een jong volwassen kat wiens reflexen al beter ontwikkeld zijn om te springen, te vluchten of zich te verdedigen.

Hou nooit poes in de armen (tenzij je een echte kattenkenner bent, en weet hoe poes correct te fixeren) wanneer de eerste confrontatie hond-poes plaats grijpt : een angstige kat kan flink krabben en bijten om weg te geraken.

de neurotische kat heropvoeden
Zoals gezegd is poes bijzonder stress-gevoelig. Wanneer iets haar van streek brengt, brengt ze dat tot uiting door abnormaal gedrag, zoals onzindelijkheid, overdreven nagels scherpen, zich overdreven proper likken, abnormaal veel eten, depressief gedrag of agressie.

Situaties die stress induceren kunnen van allerlei aard zijn, bijvoorbeeld een verhuis ,een nieuwe baby, een nieuw huisdier, en voor de supergevoelige kat : een nieuw bankstel, verandering van kattenbakkorrels, enz..

De neurotische kat heropvoeden vergt heel wat kennis van de psychologie van de kat, heel wat geduld en doorzettingsvermogen.

A. een eerste punt :
Proberen de oorzaak te detecteren en, indien mogelijk, te elimineren. Als het gaat om een nieuw merk kattenbakgrit of een nieuw kuisprodukt, geen probleem, maar een verhuis of baby…dan moet poeslief aangepakt worden. Men moet het dier altijd extra aanhalen en overal mee in betrekken : bijv gaat de baby in bad, laat poes rustig meekijken en snuffelen. Ga je verhuizen, zorg dan dat je veel (ongewassen !) dekentjes, waar de poes op gelegen heeft, (vertrouwde geur) her en der verspreid in het nieuwe huis, enz.. Het is onbegonnen werk op te noemen wat je allemaal kan doen om poes op haar gemak te stellen, immers dit is afhankelijk van de situatie, maar deze basisregels tellen altijd :

Haal poes veel aan Poes en vertrouwde geuren is erg belangrijk : laat poes aan nieuwe dingen ruiken en laat haar haar geurmerken afzetten (kopjes geven, likken) Probeer de oude situatie zo goed mogelijk na te bootsen (zelfde uren van voeren en spelen, zelfde dekentje, kattenbak, enz…)

B. Een woordje meer over onzindelijkheid :
Men moet eerst terdege nagaan dat de onzindelijkheid niet voortvloeit uit het sexueel volwassen worden van de niet gecastreerde kater of kattin of van een echte ziekte in het urinair of maagdarmstelsel.

Indien niet, spreekt men van echte stress-onzindelijkheid.

Wat je zeker niet mag doen, is poes met de neus door de plas of uitwerpselen wrijven en op de kattenbak gooien : dit is de ergste vernedering dat de “nu toch al” gestresseerde kat kan meemaken, en ze zal niet begrijpen dat dit een straf is voor haar “onzindelijkheid”.

Vermits poes zelden buiten de bak zal doen in je aanwezigheid is het erg moeilijk ze op heterdaad te betrappen en te straffen.

Daarom bestaan er twee therapieën :
Je brengt poes naar een kattenpension, in een ruimte waar meerdere poezen tesamen komen. De gestresseerde kat zal zich moeten aanpassen aan de regels van de groep en ondanks het feit dat dit een stress-sitautie op zich is, zal de psyche van de dolgedraaide kat terug in goede banen geleid worden.

Je moet poes wel minstens 2 à 3 weken in het pension laten. Ondertussen moet je in huis de beplaste plaatsen goed reinigen. Niet met ammonia of javel, want dit trekt poes aan om daar terug te plassen.

De plaatsen nadien tweemaal per dag besprenkelen met eau de cologne, gedurende de 2 à 3 weken afwezigheid van de kat : dit om de urinegeur (die de mens niet meer kan waarnemen, maar poes wel !) perfect te camoufleren. Eau de cologne is bovendien een onaangename geurprikkel voor poes. Er bestaan hiervoor ook sprays, oa Feliway (via dierenarts te verkrijgen).

De “kattenbaktraining” in huis
Je sluit poes op in een kleine ruimte met net genoeg plaats voor de kattenbak, drink- en eetbakje en het slaapkussentje van poes. Het dier zal zijn nest niet bevuilen en verplicht zijn de bak te gebruiken.

Het dier moet minstens twee weken in de kleine ruimte blijven, wat soms moeilijk is voor de eigenaar. Maar de keuze is simpel: 2 weken poes wat hardhandig trainen of een gestresseerde kat die het huis bevuilt ? Tijdens de training moet je de beplaste plaatsen behandelen zoals bovenvermeld.

Vermeend neurotisch gedrag
Vaak zal de katteneigenaar bepaalde gedragingen bij poes opmerken die hij bestempelt als abnormaal neurotisch gedrag.Gedragingen die perfect normaal zijn.

a) “de kolder in de kop” :
Soms loopt poes als een gek de woonkamer rond, springt overal op en af en na een paar rondjes gaat ze zich wassen alsof er niets gebeurd is. Vaak gebeurt dit nadat ze van de bak komt. Dit is een perfect normaal gedrag van de kat om overtollige energie kwijt te raken.

Je mag dit zeker niet bestraffen, noch denken dat er een hersentumor in het spel is;

b) plots naar de benen springen en erin bijten :
Deze, voor de eigenaar vervelende gewoonte, is niet meer dan een echte liefdesuiting van de kat (meestal van de kater). In principe zou je hem daarvoor niet mogen straffen omdat het een uiting is van vriendelijkheid ten opzichte van het baasje. Toch komt zo’n liefkozing hard aan en mag je best de kat tot kalmte manen.

c) Prooi meebrengen naar huis.
Sommige katten brengen prooien (muis, vogel, wild konijn) naar huis en deponeren die bij het baasje.

Indien er geen prooidieren voorhanden zijn, brengen ze mos en plantjes mee. Dit is geen teken van tekorten in de voeding, verveling of een enge ziekte in het kattenbrein : het is een uiting van liefde en respect van de kat voor de eigenaar. Je mag poes daar absoluut niet voor straffen, in principe moet je ze zelfs belonen. Indien je dit soort vriendelijkheden niet ziet zitten, ruim dan stilletjes alles op en negeer de kat.

Dit is een bijdrage van Dierenkliniek VvD – © 2003

Plaats een Advertentie